Verification of Payee en LEI in België
· Robert
Verification of Payee met een LEI is in België een mogelijke variant op de IBAN-naamcontrole, geen verplichting om een LEI te hebben. Een controle van het IBAN aan de hand van de LEI van een rechtspersoon kan alleen als de betalingsdienstaanbieder van de betaler die mogelijkheid aanbiedt en die van de begunstigde dezelfde identificatiecode in zijn interne systeem heeft. De betaler ontvangt de uitkomst voordat hij een overschrijving in euro goedkeurt.
Wat dit betekent voor België
België behoort tot de eurozone. Daarom moeten Belgische betalingsdienstaanbieders sinds 9 oktober 2025 de controle van de begunstigde aanbieden voor gewone en instantoverschrijvingen in euro. Die datum volgt uit artikel 5 quater, lid 9, van Verordening (EU) 2024/886 van 13 maart 2024 op EUR-Lex, die Verordening (EU) nr. 260/2012 wijzigt. Het is een verplichting voor betalingsdienstaanbieders, geen Belgische verplichting voor ondernemingen om een LEI aan te vragen.
FOD Economie over de IBAN-naamcontrole legt uit dat banken sinds 9 oktober 2025 bij een overschrijving in euro binnen de eurozone automatisch de naam van de begunstigde controleren. De dienst koppelt die controle aan de bestrijding van factuurfraude: in het voorgaande jaar ontving hij meer dan 200 meldingen, met een gemelde schade van 3,3 miljoen euro. Dat verklaart waarom een waarschuwing bij de controle aandacht verdient, ook wanneer een factuur er vertrouwd uitziet.
Ontvangt een bvba/srl in Antwerpen een factuur met een nieuw rekeningnummer, dan raadt FOD Economie aan dat nummer te vergelijken met de bestelbon of de officiële website van de leverancier. De IBAN-naamcontrole biedt informatie vóór de goedkeuring van de betaling; de aanbeveling om een nieuw rekeningnummer na te kijken blijft dus relevant. Uit de Belgische informatie volgt niet dat iedere bank een controle op basis van een LEI aanbiedt. Vraag bij uw betalingsdienstaanbieder na welke identificatiegegevens hij voor de controle kan gebruiken.
Kernpunten over Verification of Payee en LEI
- De gebruikelijke IBAN-naamcontrole vergelijkt het rekeningnummer met de naam die de betaler invult.
- Bij een rechtspersoon kan onder de voorwaarden van artikel 5 quater ook een andere identificatiecode worden gebruikt, waaronder een LEI.
- De controle geldt voor gewone en instantoverschrijvingen in euro binnen de EU.
- Een afwijking leidt tot een waarschuwing, niet tot een automatisch verbod om de betaling goed te keuren.
- Voor betalingsdienstaanbieders in eurolanden geldt de verplichting sinds 9 oktober 2025; voor aanbieders in EU-lidstaten zonder de euro zal de uiterste datum 9 juli 2027 zijn.
De Europese Centrale Bank over de Instant Payments Regulation bevestigt dat de controle zowel gewone als instantoverschrijvingen in euro omvat.
Wanneer kan een IBAN met een LEI worden gecontroleerd?
Volgens artikel 5 quater, lid 1, moet de betalingsdienstaanbieder van de betaler de controle aanbieden zodra de betaler de gegevens van de begunstigde heeft ingevoerd en voordat hij de overschrijving kan goedkeuren. Dat geldt ongeacht het kanaal waarmee de betaling wordt gestart. Bij de gewone controle gaat de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde op verzoek na of IBAN en naam overeenstemmen. Is dat niet zo, dan hoort de betaler dat goedkeuring kan leiden tot een overschrijving naar een rekening die niet op naam van de opgegeven begunstigde staat.
Voor een begunstigde die een rechtspersoon is, voorziet artikel 5 quater, lid 1, onder b), in een andere vergelijking. Biedt de aanbieder van de betaler een kanaal aan om naast het IBAN een eenduidige identificatiecode door te geven, én heeft de aanbieder van de begunstigde die code in zijn interne systeem, dan kan die laatste de combinatie controleren. De verordening noemt onder meer een fiscaal nummer, een Europese unieke identificatiecode (EUID) en een identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI). Een LEI is een unieke alfanumerieke referentiecode op basis van ISO 17442.
Een LEI op een factuur bewijst dus niet dat deze controlemethode beschikbaar is. De aanbieder van de betaler moet het kanaal aanbieden en die van de begunstigde moet de code hebben vastgelegd. De verificatiedienst is voor betalingsdienstgebruikers kosteloos en mag de betaler niet verhinderen de overschrijving goed te keuren.
Wat de EPC-regels zeggen over de uitkomst
Het VOP Scheme Rulebook v1.1 van de European Payments Council (EPC) verscheen op 16 maart 2026 en geldt sinds 20 september 2026. Het beschrijft een controle met een identificatiecode als alternatief voor de naamcontrole bij rechtspersonen. Voorwaarden zijn dat de verzoekende betalingsdienstaanbieder het kanaal aanbiedt en de antwoordende aanbieder over de code beschikt. Voorbeelden zijn een LEI, een btw-nummer en een fiscaal nummer.
De verzoekende aanbieder kan via de EPC Directory Service nagaan of de antwoordende aanbieder controles met identificatiecodes ondersteunt. Dat zegt niet dat elke aanbieder een LEI kan controleren. Voor een vergelijking van identificatiecode en IBAN vermeldt de EPC VOP API Specifications v1.1.1 deze antwoorden:
- MTCH: overeenkomst.
- NMTC: geen overeenkomst.
- NOAP: controle niet mogelijk.
Het LEI-veld volgt volgens die specificaties ISO 17442. Deze codes horen bij de controle met een identificatiecode; een algemene VoP-uitkomst bewijst niet dat specifiek een LEI is gecontroleerd. Vraag bij een onverwachte uitkomst welke gegevens werden doorgestuurd en welke controle beide aanbieders ondersteunen.
Betalingen in batches en aansprakelijkheid
Artikel 5 quater, lid 6, verplicht betalingsdienstaanbieders om gebruikers die geen consument zijn een mogelijkheid te geven de controle uit te schakelen wanneer zij meerdere betalingsopdrachten als pakket indienen. Zij moeten de controle later op elk moment weer kunnen inschakelen. Voor een onderneming die leveranciers in batches betaalt, is dit een keuze over de controle van dat pakket, geen verplichting om zich af te melden.
Leg vast wie binnen de onderneming die keuze maakt en hoe medewerkers een waarschuwing behandelen. De controle geeft informatie vóór goedkeuring, maar houdt een betaling niet tegen. Een gemelde afwijking vraagt daarom om nazicht van de betaalgegevens.
Artikel 5 quater, lid 8, regelt de aansprakelijkheid in afgebakende gevallen. Een aanbieder die aan het artikel heeft voldaan, is niet aansprakelijk voor een overschrijving naar een onbedoelde begunstigde wegens een onjuiste unieke identificatiecode. Leidt niet-naleving van lid 1 door de aanbieder van de betaler tot een gebrekkig uitgevoerde transactie, dan moet die de betaler onverwijld terugbetalen. Bespreek een betwiste betaling met uw aanbieder of adviseur; de beoordeling hangt af van de feiten.
Welke termijnen gelden?
| Betalingsdienstaanbieders in | Uiterste datum volgens artikel 5 quater | Stand op 18 oktober 2026 |
|---|---|---|
| Eurolanden, waaronder België | 9 oktober 2025 | Van toepassing |
| EU-lidstaten zonder de euro als munt | 9 juli 2027 | Zal van toepassing zijn |
De ingangsdatum van het EPC-rulebook staat los van deze wettelijke termijnen voor betalingsdienstaanbieders.
Wat uw onderneming nu kan nagaan
- Controleer naam en IBAN: ga na welke gegevens klanten ontvangen en welke gegevens in uw leveranciersbestand staan.
- Vraag naar de beschikbare controle: informeer bij de aanbieder van de betaler of een identificatiecode kan worden meegestuurd en bij de aanbieder van uw rekening of uw LEI daar is vastgelegd.
- Deel uw LEI waar nuttig: geef een bestaande LEI door aan uw aanbieder en vermeld die zo nodig op facturen of leveranciersformulieren. Als uw onderneming een LEI gebruikt, controleer dan de geregistreerde gegevens en verleng uw LEI wanneer dat nodig is.
- Spreek een reactie af: bepaal hoe medewerkers een afwijking of een melding dat controle niet mogelijk is, beoordelen voordat zij goedkeuren.
Heeft uw onderneming nog geen LEI en wil zij onderzoeken of betalers die voor een identificatiecontrole kunnen gebruiken, dan kunt u een LEI aanvragen. Raadpleeg voor verwante ontwikkelingen ook de LEIFast-artikelen over regelgeving. Vraag eerst uw betalingsdienstaanbieder welke controlekanalen hij aanbiedt en welke identificatiegegevens hij heeft vastgelegd.
Vragen
Heeft mijn onderneming een LEI nodig voor Verification of Payee?
Nee. De gebruikelijke controle vergelijkt het IBAN met de naam van de begunstigde. Voor een rechtspersoon is een controle met een LEI mogelijk als de betalingsdienstaanbieder van de betaler die mogelijkheid aanbiedt en die van de begunstigde de LEI in zijn interne systeem heeft.
Wat gebeurt er als de gegevens niet overeenstemmen?
De betaler krijgt een waarschuwing dat het geld mogelijk naar een rekening gaat die niet op naam van de opgegeven begunstigde staat. De controle mag de betaler niet verhinderen de overschrijving goed te keuren.
Sinds wanneer geldt Verification of Payee?
Betalingsdienstaanbieders in eurolanden moeten sinds 9 oktober 2025 voldoen aan de verplichting. Voor betalingsdienstaanbieders in EU-lidstaten die de euro niet als munt hebben, geldt de uiterste datum van 9 juli 2027.
Waarom koppelt FOD Economie de IBAN-naamcontrole aan factuurfraude?
FOD Economie ontving in het voorgaande jaar meer dan 200 meldingen van factuurfraude, met een gemelde schade van 3,3 miljoen euro. Bij een nieuw rekeningnummer op een factuur raadt de dienst aan dit te vergelijken met de bestelbon of de officiële website van de leverancier.
Bronnen
- Verordening (EU) 2024/886 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 260/2012 en (EU) 2021/1230 en Richtlijnen 98/26/EG en (EU) 2015/2366 wat betreft instantovermakingen in euro’s
- FOD Economie - De IBAN-naamcontrole helpt in de strijd tegen factuurfraude
- ECB - Instant Payments Regulation (EN)
- EPC VOP Scheme Rulebook v1.1 (EN)
- EPC VOP API Specifications v1.1.1 (EN)